Heilig, Heilig, Heilig de Heer

heilig


Heilig, Heilig, Heilig de Heer,
de God van alle leven,
die aarde vol van hemel maakt:
Hij is het hart van ons bestaan.

Heilig, heilig, onze God alleen,
en niet de goden van de wereld,
en niet bezit of macht of eigenbaat:

Heilig is onze God alleen.
Heilig, heilig, heilig de Heer.
Gezegend die komt in zijn Naam,
de mens die recht en vrede doet:

Hosanna, Gods wil is wel gedaan.